INTERVIEW
VOORKOMEN BEGINT MET ANDERS KIJKEN
In gesprek met internist vasculaire geneeskunde Prof. dr. Jeanine Roeters van Lennep - Erasmus MC
“Een goede arts voorkomt dat iemand patiënt wordt, maar in de praktijk grijpen we vaak pas in als het al mis is gegaan”: internist vasculaire geneeskunde Jeanine Roeters van Lennep vindt het tijd voor verandering. Net als Janneke pleit ze voor een holistische aanpak en meer nadruk op preventie. “Want als we signalen al in een vroeg stadium met elkaar weten te verbinden, kunnen we risico’s veel eerder herkennen.”
Zeker bij vrouwen is er werk aan de winkel, vindt Jeanine.
“Omdat er steeds meer aandacht is voor het vrouwenhart, lijkt het misschien alsof de kennis overal wel geland is. Maar in de praktijk valt dat echt nog tegen. De verschillen tussen vrouwen en mannen staan nog lang niet bij iedereen scherp op het netvlies. Daar komt bij dat vrouwen hun signalen vaak ook niet herkennen als onderdeel van een groter geheel. En ook artsen kijken nog te vaak naar losse klachten, in plaats van naar het totaalplaatje. Juist doordat die verbanden niet worden gelegd, worden risico’s gemist.”
Wat zie je in de praktijk dan gebeuren waarvan jij denkt, dit moet anders?
“Ons zorgstelsel is nog te veel opgedeeld in losse silo’s, waardoor iedere zorgverlener vaak maar een deel van het verhaal ziet. Bij de huisarts klop je aan met vermoeidheid of een verhoogde bloeddruk, voor menstruatieklachten ga je naar de gynaecoloog,bij hartklachten kom je bij de cardioloog terecht en hypertensie wordt door de internist behandeld. Maar gezondheid laat zich niet opdelen in losse stukjes. Wat op het ene moment of bij de ene specialist speelt, kan ergens anders weer van invloed zijn. Juist door die verbanden te leggen, kun je eerder zien waar risico’s ontstaan.
“Gezondheid laat zich niet opdelen in losse stukjes”
Vrouwen komen er vaak zelf ook niet mee, met belangrijke ‘overige informatie’ over hun gezondheid. Niet omdat ze het niet wíllen delen, maar omdat ze simpelweg niet weten dat het ertoe doet. Denk aan een hoge bloeddruk tijdens de zwangerschap of zwangerschapsdiabetes. Dat wordt vaak gezien als ‘iets voor de gynaecoloog’, terwijl het net zo goed relevant is voor de huisarts,cardioloog en internist.
Ik vind ook dat we nog te weinig naar de context kijken, naar iemands levensfase bijvoorbeeld. Zeker bij vrouwen veranderen de gezondheidswaarden in verschillende fases van het leven. Bijvoorbeeld rondom de overgang. Je lichaamsslagaders worden stijver, waardoor de bloeddruk kan stijgen. En ook je bloedsuiker en cholesterol veranderen, vaak zonder dat vrouwen dat zelf doorhebben. Dat wéten we, maar in de praktijk wordt het nog te weinig meegenomen.”
Holistischer kijken naar gezondheid dus. Maar Jeanine pleit ook voor eerder meten, om eerder bij te kunnen sturen.
“Van veel risicofactoren merk je niet direct iets. Een verhoogd cholesterolgehalte bijvoorbeeld, blijft vaak lange tijd onopgemerkt. Dan voel je ook geen urgentie om het te laten meten. Maar op het moment dat iemand klachten krijgt, ben je eigenlijk te laat. Zeker bij cholesterol, waarbij die ophoping zich langzaam en onzichtbaar opbouwt in de bloedvaten. Als die eenmaal zijn aangetast, draai je dat niet meer terug.
“Op het moment dat iemand klachten krijgt, ben je eigenlijk te laat”
Dat vraagt om een andere manier van kijken. Niet wachten tot er iets misgaat, maar veel eerder inzicht krijgen in risico’s, en daar ook naar handelen. Zeker bij jongere mensen kun je nog veel winst behalen. Door al op jonge leeftijd te meten, kun je op tijd bijsturen en voorkom je dat iemand later patiënt wordt.
Daar komt bij dat sommige risico’s erfelijk zijn. Erfelijk verhoogd cholesterol bijvoorbeeld, komt voor bij ongeveeréén op de 300 mensen. In Nederland gaat het om zo’n 60.000 mensen, van wie het grootste deel niet weet dat ze het hebben. Hoe eerder je dat in beeld hebt, hoe beter.
En dat hoeft echt niet zo ingewikkeld te zijn. Als je toch bloed laat prikken, laat dan ook je cholesterol een keer meenemen. Of loop eens binnen bij een hartcheckpunt van de Hartstiching . Als je waardes goed zijn, dan weet je dat. En als het niet goed is, ben je er op tijd bij. Daarbij is het dan wél belangrijk dat je ook weet wat je kunt doen. Ik merk dat het daar nog vaak mis gaat. Mensen kennen hun waarden, maar weten niet goed wat ze betekenen, wat de risico’s zijn en wat ze daaraan kunnen doen. Ook daar zit een opdracht voor de zorgverlener.”
Je vindt sowieso dat je collega’s zich meer mogen laten horen en zien, ook buiten de spreekkamer. Waarom is dat zo belangrijk?
“Er gaat ontzettend veel informatie rond, en lang niet alles klopt. Zeker op social media wordt veel onzin verspreid, bijvoorbeeld over cholesterol. Meer dan 1 miljoen Nederlanders gebruiken daar medicijnen voor, meestal statines. Maar die pillen staan al een hele tijd in een kwaad daglicht. Er wordt van alles rond gebazuind over bepaalde bijwerkingen, dingen die gewoonweg echt niet kloppen. En met ál die informatie is het lastig om de onwaarheden eruit te filteren. Daardoor zijn er nu heel wat mensen die wél baat hebben bij statines, maar ze niet gebruiken of ermee stoppen. Vaak zonder dat ze dat met hun arts bespreken. Terwijl dit toch echt middelen zijn die uitgebreid zijn getest, al lang op de markt zijn en waarvan we gewoon zeker weten dat ze effectief en veilig zijn.
“Zeker op social media wordt ontzettend veel onzin verspreid”
Bovendien zie je dat het probleem hiermee alleen maar groter wordt. Als je op tijd ingrijpt, bijvoorbeeld met medicatie, kun je veel ellende voorkomen. Maar als mensen pas in beeld komen na een hartinfarct of herseninfarct, ben je veel verder van huis. En dat zorgt weer voor meer druk op de zorg.
Juist daarom is het belangrijk dat wij als artsen zichtbaar zijn en zelf het juiste verhaal vertellen. Niet alleen in wetenschappelijke tijdschriften, maar ook op de plekken waar mensen hun informatie vandaan halen. In de Libelle of Margriet bijvoorbeeld. Of op TikTok! Daar laat ik zelf ook regelmatig van me horen. Door begrijpelijke en betrouwbare informatie te delen, help je mensen om betere keuzes te maken over hun gezondheid. En dat is waar goede zorg begint.”
