Meer dan meten:

WAAROM LEEFSTIJL ÉN Lp(a) HET VERSCHIL MAKEN

Dr. Ronne Maihuru internist, voorzitter MSC HagaZiekenhuis in gesprek met Janneke Wittekoek

We weten steeds beter hoe belangrijk leefstijl is voor onze hartgezondheid. Toch blijkt het in de praktijk lastig om gedrag blijvend te veranderen. Voor cardioloog Janneke Wittekoek en internist-bestuurder Ronne Maihuru is dat een herkenbaar spanningsveld. In dit doc-to-doc gesprek blikken ze terug op hun gezamenlijke tijd in het AMC, waar hun interesse in cholesterol en onderzoek ontstond, en kijken ze vooruit: van leefstijl tot de rol van lipoproteïne(a), een risicofactor die volgens Wittekoek in de praktijk niet langer mag ontbreken.

We kennen elkaar al ruim 30 jaar, onder andere uit de periode rond cholesterolonderzoek. Hoe kijk jij nu, als internist én bestuurder, naar de ontwikkeling van leefstijl en preventie?

“Mijn interesse begon eigenlijk al vroeg, mede doordat mijn vader in het lab werkte. Hij zei altijd: internisten hebben geen idee wat er in het lab gebeurt. Dat is me bijgebleven. Ik vind nog steeds dat je moet begrijpen wát je meet en wat de valkuilen zijn .Als internist zie ik dat mijn werk veranderd is. Vroeger deed je vooral anamnese en lichamelijk onderzoek. Nu bestaat een groot deel van mijn consult uit uitleg en begeleiding. Patiënten zoeken steeds vaker dingen zelf op via Chat GPT of Google. Het is veel meer een gesprek geworden: waarom ben je hier, hoe leef je, waar zit je risico? Preventie begint echt in de spreekkamer, maar eindigt daar niet.”

We weten steeds meer over leefstijl, maar gedrag veranderen blijft lastig. Waar gaat het volgens jou het vaakst mis?

“We onderschatten hoe moeilijk het is. Mensen weten vaak best wat gezond is, maar het toepassen is een ander verhaal. Zeker als je kijkt naar de omgeving waarin iemand leeft. In Den Haag zie ik enorme verschillen. In sommige wijken hebben mensen minder geld, minder toegang tot gezonde voeding en soms ook minder kennis. Dan kun je wel zeggen: ‘eet gezonder’, maar als de snackbar om de hoek zit en gezond eten duur is, wordt het ingewikkeld. Leefstijl is dus niet alleen een individuele keuze, maar ook een maatschappelijk vraagstuk.

Ik probeer patiënten vooral een spiegel voor te houden. Niet alleen de getallen benoemen  dit is je gewicht, dit is je cholesterol maar die ook te vertalen naar hun persoonlijke situatie. Je bent nu bijvoorbeeld 40; wil je op je 60e nog met je kleinkinderen kunnen rondrennen? Als je het zo concreet maakt, merk ik dat het meer gaat leven. Dan vraag ik ook door: sport je graag, wat voor werk doe je, heb je jonge kinderen? Dat helpt om duidelijk te maken wat de impact op lange termijn kan zijn. Het doel is om het risico te verlagen.”

Tegenwoordig gaat het gelukkig steeds vaker over Lp(a). Gebruik jij Lp(a) in de praktijk? Ik neem het zelf eigenlijk standaard mee, zeker wanneer iemand al een event heeft gehad. Voor mij helpt Lp(a) om vroegtijdige aderverkalking beter in beeld te krijgen, bijvoorbeeld bij patiënten die relatief jong presenteren of bij familiaire hypercholesterolemie. Je kunt Lp(a) zelf niet direct beïnvloeden, maar het kan wel een reden zijn om nog strenger te zijn op de behandelbare risicofactoren. Hoe kijk jij daartegenaan?

”Ik gebruik het zeker. We zien best veel patiënten die relatief jong zijn en waarbij het hele spectrum aan risicofactoren onvoldoende verklaart waarom ze hart- en vaatziekten hebben. Als je dan een hoog Lp(a) vindt, kan dat juist een reden zijn om leefstijl extra te benadrukken en kritischer te kijken naar LDL. Het helpt om het totale risico beter te duiden en om intensiever te behandelen waar dat wél kan.”

Uit onze peiling blijkt dat veel mensen het moeilijk vinden om leefstijlveranderingen vol te houden. Wat zijn volgens jou kleine aanpassingen die juist veel effect hebben?

“Het zit vaak in eenvoudige dingen. Ik vraag patiënten soms om zes tot acht weken bij te houden wat ze eten en drinken. Dan zie je vaak al duidelijke veranderingen in bijvoorbeeld cholesterol en gewicht. Ook alcohol minderen heeft snel effect. Of stoppen met snacken na acht uur ’s avonds. Het zijn geen ingewikkelde interventies, maar ze kunnen wel degelijk verschil maken.”

Je ziet relatief veel jonge patiënten met hart- en vaatziekten. Welke rol speelt overgewicht daarin?

“Een grote rol. De gemiddelde calorie-inname is hoog, terwijl we dat onvoldoende verbranden. Dat zie je terug in meerdere risicofactoren tegelijk: gewicht, bloeddruk, cholesterol en glucose. De basis blijft dus wat je zelf doet: wat eet je en hoeveel beweeg je?

GLP-1 medicatie kan ondersteunen bij gewichtsverlies, zeker bij mensen met fors overgewicht. Dat kan bijvoorbeeld gunstig zijn voor de belasting van de gewrichten en het risico op artrose. Maar het verandert niets aan die basis. Soms vragen mensen zelf om medicatie om af te vallen. Maar als iemand injecties gebruikt en ondertussen hetzelfde blijft eten en drinken, dan verschuif je het probleem alleen. Het blijft belangrijk om heel bewust met voeding en leefstijl om te gaan.”

Meet je eigenlijk standaard buikomvang?

“Dat doe ik eerlijk gezegd nog niet structureel.”

“Daar zit nog winst.”

“Zeker. Het zijn juist die eenvoudige metingen die veel zeggen over risico.”

We leggen veel nadruk op leefstijl, maar niet iedereen heeft dezelfde kansen om gezond te leven. In hoeverre bepalen sociaaleconomische verschillen het risico op hart- en vaatziekten?

“Die invloed is groot. Mensen met een lagere sociaaleconomische status hebben een hoger risico en worden vaak ook eerder ziek. Dat heeft te maken met opleiding, leefomgeving en toegang tot informatie en gezonde keuzes. Als arts moet je daar rekening mee houden. Je past je uitleg aan en kijkt wat haalbaar is. Maar het gaat verder dan de spreekkamer. Problemen zoals schulden, stress of beperkte toegang tot gezonde voeding spelen ook mee. Dat kun je niet alleen als arts oplossen.”

En als je vooruitkijkt: wat moet er volgens jou veranderen in de zorg om leefstijl en preventie effectiever te maken?

“We moeten beter samenwerken buiten het ziekenhuis. Leefstijl begint in de spreekkamer, maar eindigt daar niet. Ik geloof sterk dat we meer moeten denken in netwerken, met een soort loket waar patiënten naartoe kunnen. Je ziet dat leefstijlproblemen vaak samenhangen met andere zaken. Iemand kan bijvoorbeeld overgewicht hebben, maar daaronder kan financiële stress of andere problematiek zitten. Als arts zie je dat wel, maar je hebt vaak geen goed overzicht waar je iemand naartoe kunt verwijzen. Voor psychologische hulp, schuldenproblematiek of andere ondersteuning – dat is ingewikkeld, ook door wachttijden. Terwijl het wel invloed heeft op iemands gezondheid.

Een soort ‘health officer’ in de wijk?

“Ja, zoiets. Huisartsen hebben het al heel druk en kunnen die bredere problematiek er niet altijd bij pakken. Dat is zonde. Je zou eigenlijk een extra schakel willen in de wijk, iemand of een platform dat overzicht heeft en kan doorverwijzen. Er zijn initiatieven, maar dat is nog niet overal goed georganiseerd en verschilt ook per wijk.”

Tot slot: wat doe je zelf om gezond te blijven?

“Ik stel doelen voor mezelf, dat helpt om in beweging te blijven. Ik deed veel aan squash en fitness, maar ik heb me recent ingeschreven voor een marathon. Het is mijn eerste en ik ga samen met mijn broer. Hij rent al jaren, maar ik hoop hem eruit te lopen. Dat helpt om in beweging te blijven. Daarnaast probeer ik bewust met leefstijl om te gaan, zonder dat het perfect hoeft te zijn. Dat is uiteindelijk ook wat ik mijn patiënten probeer mee te geven.”

Bij cholesterol en hart- en vaatziekten denken de meeste mensen aan “slecht” LDL en “goed” HDL. Maar er is nog een vergeten deeltje dat minstens zo belangrijk is: lipoproteïne(a), afgekort Lp(a). Dit lijkt op LDL, maar heeft een extra eiwitdeel dat het bijzonder plakkerig maakt, waardoor het zich makkelijker ophoopt in de vaatwand. Dat kan leiden tot vernauwing van slagaders en vergroot het risico op een hartinfarct of beroerte. Ook speelt Lp(a) een rol bij trombose en aortaklepverkalking. Internationale richtlijnen adviseren daarom steeds vaker om Lp(a) ten minste één keer in het leven te meten. Zeker bij mensen met een familiaire belasting kan dat waardevolle inzichten geven.