Dr. Janneke Wittekoek

 

DOSSIER
'KEN-JE-GETALLEN'


KEN DE WAARDEN DIE ERTOE DOEN VOOR JE HART

 

In mijn spreekkamer zie ik dagelijks vrouwen met klachten die vaak moeilijk te plaatsen zijn. Pijn op de borst, benauwdheid, hartkloppingen of extreme vermoeidheid, terwijl het hart op het eerste gezicht ‘normaal’ lijkt. Geen duidelijke vernauwingen, geen klassieke afwijkingen… En tóch zijn de klachten er en die kunnen veel impact hebben.

Wat bij veel van deze vrouwen speelt, is een verstoorde vaatfunctie. Niet van de grote kransslagaders, maar van de kleinere vaten en de binnenbekleding van het vaatstelsel: het endotheel. Juist daar ontstaat vaak het probleem. En die vaatfunctie wordt in belangrijke mate beïnvloed door de bekende risicofactoren: de ‘getallen’.

Geen losse waarden

Een verhoogde bloeddruk, een ongunstig cholesterol, een verstoorde bloedsuiker of te veel buikvet: het lijken losse bevindingen. Maar in werkelijkheid grijpen ze allemaal in op diezelfde kwetsbare vaatwand. Ze verstoren de functie van de vaten, maken ze stijver, gevoeliger voor spasmen en minder goed in staat om zich aan te passen aan wat het lichaam vraagt.

Deze samenhang wordt nog vaak onderschat. Klachten worden los beoordeeld, terwijl de oorzaak vaak systemisch is. En zolang de basis - de vaatgezondheid - niet wordt aangepakt, blijven we symptomen bestrijden zonder het daadwerkelijke probleem op te lossen.

"Een goede vaatfunctie begint bij het op orde brengen van deze getallen, altijd"

Het optimaliseren van deze getallen is daarom geen abstract ‘preventieverhaal voor later’. Het is direct relevant voor hoe iemand zich vandaag voelt: voor het verminderen van klachten, het verbeteren van kwaliteit van leven én het voorkomen van verdere schade. En nee, dit is geen vrouwenverhaal. Dit geldt net zo goed voor mannen, en eigenlijk voor iedereen, op elke leeftijd. Een goede vaatfunctie begint bij het op orde brengen van deze getallen. Altijd.

Waarom die getallen ertoe doen

Je hart en bloedvaten vormen samen één groot transportsysteem. Dag in dag uit pompt je hart bloed door een uitgebreid netwerk van vaten om zuurstof en voedingsstoffen rond te brengen. Dat systeem werkt efficiënt, maar is ook kwetsbaar.

Wanneer de balans verstoord raakt, heeft dat direct effect op de kwaliteit van je vaten. Een verhoogde bloeddruk beschadigt de vaatwand, waardoor cholesterol zich gemakkelijker ophoopt. Een verhoogde bloedsuiker zorgt voor verstijving en ontsteking, terwijl overtollig buikvet deze processen versterkt en de stofwisseling ontregelt.

Dit zijn geen losse factoren. Ze versterken elkaar en versnellen samen de verslechtering van de vaatfunctie. Verstoring op één vlak heeft vrijwel altijd gevolgen voor de rest van het systeem.

Het goede nieuws: je hebt hier zelf invloed op. Door inzicht te krijgen in je getallen en ze gericht aan te pakken, kun je je vaatgezondheid verbeteren. En daarmee ook hoe je je voelt, nu en in de toekomst.

DE 5 GETALLEN DIE JE MÓET KENNEN


BMI

BMI geeft een globale indruk van je gewicht in verhouding tot je lengte. Het zegt alleen niet alles: bij veel spiermassa kan de BMI bijvoorbeeld prima hoger zijn. En iemand kan een ‘normale’ BMI hebben, maar tóch een verhoogd risico door te veel vet rondom de buik. Daarom combineren we BMI altijd met buikomvang.

Te hoog BMI → risico op: hoge bloeddruk, diabetes, verhoogd cholesterol

Wat kun je doen? Minder ultra-bewerkte voeding, meer eiwitten en vezels, regelmatig bewegen

Medicatie? Bij ernstig overgewicht: GLP-1 agonisten, altijd gecombineerd met leefstijl (bijv. GLI-traject)


Buikomvang

Buikvet is geen ‘passief vet’, maar actief weefsel dat ontstekingen aanjaagt en de stofwisseling verstoort. Het zit diep rondom de organen en beïnvloedt hoe je lichaam omgaat met suiker en vetten. Je bloedsuiker stijgt bijvoorbeeld sneller en je cholesterol wordt ongunstiger.

Daarnaast raakt de binnenbekleding van de bloedvaten geïrriteerd, waardoor vaten minder goed kunnen ontspannen. Buikvet werkt daarmee als een aanjager: het versterkt andere risicofactoren en versnelt de verslechtering van de vaatfunctie.

Te hoog → risico op: insulineresistentie, diabetes, vaatontsteking

Wat kun je doen? Minder snelle koolhydraten, krachttraining, stressreductie

Medicatie? Bij metabool syndroom/diabetes: gericht op bloedsuiker en gewicht


Bloeddruk

Er wordt vaak gezegd dat je een hoge bloeddruk niet voelt. In de praktijk klopt dit voor veel vrouwen niet. Zij ervaren wel degelijk klachten zoals een gejaagd gevoel, hartkloppingen en vermoeidheid.

Een verhoogde bloeddruk betekent dat er continu méér druk op de vaatwand staat, waardoor de vaten stijver worden en minder goed reageren. Het is daarmee niet alleen een risicofactor voor later, maar ook een verklaring voor klachten in het hier en nu.

 


Wat kun je doen?
Minder zout, meer bewegen, gewicht optimaliseren, ontspanning

Medicatie? ACE-remmers, A2-antagonisten, calciumantagonisten, diuretica, bètablokkers


Cholesterol

Cholesterol kan niet zelfstandig door je bloed reizen. Daarom wordt het vervoerd in kleine ‘pakketjes’ van vet en eiwit: lipoproteïnen. LDL is zo’n transportdeeltje dat cholesterol naar je bloedvaten brengt. Daar kan het zich ophopen in de vaatwand. HDL doet juist het omgekeerde: dat helpt om cholesterol weer af te voeren.

Daarnaast is er lipoproteïne(a) [Lp(a)]: een erfelijke risicofactor. Dit type deeltje blijft makkelijker ‘plakken’ aan de vaatwand en kan ontstekingen versterken. Deze waarde hoef je meestal maar één keer in je leven te laten meten.

 

Te hoog LDL → aderverkalking en infarct

Wat kun je doen? Minder verzadigd vet, meer onverzadigde vetten, vezelrijke voeding

Medicatie? Statines, ezetimibe, PCSK9-remmers

Bloedsuiker

Te veel suiker in het bloed beschadigt de vaten en versnelt veroudering van het vaatstelsel.

Wat kun je doen? Minder snelle suikers, regelmatig eten, bewegen rond maaltijden

Medicatie? Metformine, SGLT2-remmers, GLP-1 agonisten

Tot slot

Gezondheid draait zelden om één getal. Het gaat om het geheel. In de praktijk zie ik nog te vaak dat één waarde wordt aangepakt, terwijl andere risicofactoren blijven bestaan. Dat is zelden effectief. Echte verbetering ontstaat wanneer je het hele systeem meeneemt. Wanneer je begrijpt waar je staat en bereid bent om daar stap voor stap iets aan te doen. Want hoe complex het soms ook lijkt, de eerste stap is eenvoudig: ken je getallen. Begrijp ze. En neem ze serieus. Niet voor later maar voor hoe je je vandaag voelt én voor je gezondheid in de toekomst.