“ALS ‘NORMAAL’ NIET MEER NORMAAL IS"
Dr. Janneke Wittekoek
WAAROM IEDERE VROUW HAAR
BLOEDDRUK ZOU MOETEN KENNEN
Bloeddruk is een van de belangrijkste getallen voor je toekomstige hartgezondheid. Toch weten veel vrouwen niet wat hun bloeddruk precies is. Dr. Janneke Wittekoek legt uit waarom het goed is om je waarden al jong te kennen.
“Mijn bloeddruk is goed.” Ik hoor het bijna dagelijks in mijn spreekkamer. Maar als ik vervolgens vraag wat die bloeddruk dan precies is, blijft het opvallend vaak stil. We kennen ons gewicht, onze schoenmaat en dankzij onze smartwatch zelfs het aantal stappen dat we gisteren hebben gezet, maar één van de belangrijkste getallen voor onze toekomstige hartgezondheid? Geen idee. Eigenlijk vind ik dat gek. Bloeddruk is geen getal dat pas interessant wordt als je vijftig bent of wanneer de dokter constateert dat hij te hoog is. Ik zou willen dat iedere vrouw al tijdens haar vruchtbare leven weet wat haar bloeddruk is. Juist als ze jong en gezond is. Want dan leer je iets wat we in de geneeskunde veel te weinig gebruiken: je eigen uitgangswaarde.
Het vrouwenlichaam is nu eenmaal geen statisch systeem. Hormonen fluctueren tijdens de cyclus, anticonceptie kan invloed hebben op de bloeddruk, een zwangerschap is feitelijk een enorme cardiovasculaire stresstest en rond de overgang verandert er opnieuw van alles. Niet alleen in hormonen, maar ook in vaatfunctie, vetverdeling, gewicht, slaap en stofwisseling.
“Wachten tot een bloeddruk écht te hoog is, vind ik een merkwaardige vorm van preventie"
En juist in die levensfase zie ik de bloeddruk bij veel vrouwen langzaam omhoog kruipen. Stel dat je op je dertigste jarenlang een bloeddruk van ongeveer 105/70 mmHg had en rond je vijftigste ineens 130/85 meet. Dan kan iemand geruststellend zeggen dat die bloeddruk nog best aardig is. Maar ik wil dan óók weten waarom jouw bloeddruk in twintig jaar zo duidelijk is opgeschoven. Niet alleen de grenswaarde is interessant, de verandering is dat ook.
Dat geldt des te meer voor vrouwen die tijdens een zwangerschap een hoge bloeddruk (hypertensie) of zwangerschapsvergiftiging (pre-eclampsie) hebben gehad. We weten inmiddels dat zo’n gecompliceerde zwangerschap een belangrijk signaal kan zijn: deze vrouwen hebben later in hun leven een groter risico op hart- en vaatziekten.
Het is dus nogal ouderwets om na de bevalling te denken: baby gezond, moeder gezond, dossier dicht. Juist deze vrouwen verdienen langdurige aandacht voor hun bloeddruk en andere risicofactoren.
Ook rond en na de overgang wordt dat belangrijker. Hypertensie komt bij vrouwen met het ouder worden steeds vaker voor en het verraderlijke is dat je daar meestal niets van merkt. Ondertussen krijgen hart, hersenen, nieren en bloedvaten jarenlang wel die hogere druk te verwerken. Wachten tot een bloeddruk écht te hoog is, vind ik daarom een merkwaardige vorm van preventie.
Mijn pleidooi is simpel: begin eerder met meten. Niet obsessief en zeker niet om van gezonde vrouwen patiënten te maken. Integendeel. Meet af en toe thuis, onder goede omstandigheden, en onthoud of bewaar die waarden. Kijk niet alleen naar één getal, maar naar de lijn door je leven heen. Want zodra die lijn begint te stijgen, kun je ook eerder iets doen: bewegen, gewicht aanpakken, minder zout, niet roken, matig met alcohol, goed slapen en aandacht voor stress. En als dat niet genoeg is, moet tijdige behandeling geen nederlaag zijn, maar preventie.
“Ken je bloeddruk, liefst al voordat iemand je vertelt dat hij te hoog is"
We wachten in de zorg te vaak tot iemand over een grens gaat. Ik kijk liever naar wat er vóór die grens gebeurt.
Dus: ken je bloeddruk, liefst al voordat iemand je vertelt dat hij te hoog is.
